Aan het begin van het jaar 2021 opent het LaM een tentoonstelling gewijd aan het werk van Paul Klee (1879-1940). In het permanente fonds van het museum wordt Klee vertegenwoordigd door drie werken afkomstig uit de collectie van Roger Dutilleul en Jean Masurel. Hij is een van de weinige belangrijke kunstenaars binnen de moderne collectie aan wie nog nooit een monografische tentoonstelling werd gewijd. Bij deze gelegenheid belicht het museum zijn werk vanuit een uniek perspectief door de nadruk te leggen op zijn aandacht voor de ‘herkomst van de kunst’.
Aan de hand van een traject dat in vier grote hoofdstukken is verdeeld, blikt de tentoonstelling terug op de manier waarop kindertekeningen, prehistorische kunst, niet-westerse kunst en wat men toen ‘de kunst van gekken’ noemde, Klee in staat hebben gesteld om zijn kunst te vernieuwen en, vooral na het trauma van de Eerste wereldoorlog, ‘tussen twee werelden’ te plaatsen: tussen de zoektocht naar de herkomst ervan en het behoren tot de moderne tijd.
De tentoonstelling Paul Klee, entre deux mondes heeft vorm gekregen in coproductie met het Zentrum Paul Klee in Bern, waar deze te zien zal zijn van 28 mei tot 12 september 2021. Er worden niet minder dan 120 werken gepresenteerd uit de verschillende creatieve periodes van de kunstenaar en een aantal voorwerpen en documenten uit zijn persoonlijke collectie.
Dates :
19.11. 2021 > 27. 02. 2022
Horaires :
du mardi au dimanche de 10 h à 18 h
Tarifs* :
Tarif plein : 10 €
Tarif réduit** : 7 €
**Sur présentation d’un justificatif de moins de 3 mois et/ou en cours de validité
Rens. et réservations :
+33 (0)3 20 19 68 51
— ou —
Klee werd in 1879 in Bern geboren en overleed in Locarno in 1940. Hij twijfelde lang tussen schilderkunst, schrijven en muziek. Uiteindelijk volgt hij een opleiding aan de academie voor beeldende kunst van München, verblijft lang in Italië en brengt twee bezoeken aan Parijs, in 1905 en 1912. Ondanks meerdere artistieke breuken blijft München zijn thuishaven tot de oorlog. Hier ontmoet hij Vassily Kandinsky en de leden van Der Blaue Reiter, een groep kunstenaars die zich onder andere interesseren voor volkskunst en kindertekeningen. Een reis naar Tunesië in 1914 sterkt hem in zijn keuze: “Ik ben één met kleur. Ik ben kunstschilder.”.
Ondanks deze bevestiging die lange jaren van introspectie kenmerkt, plaatst Klee, een kunstenaar die onophoudelijk twijfelt, zich altijd in een tussenwereld: tussen figuratie en abstractie, tussen schilderkunst en muziek, tussen oosten en westen, tussen praktijk en theorie, tussen gisteren en vandaag. Hij wil het zichtbare niet reproduceren, maar het onzichtbare vormgeven en werkt zijn benadering uit in zijn dagboek en zijn onderwijs. In 1920 komt hij bij Bauhaus, een school voor beeldend kunstenaars die in Weimar is opgericht door de architect Walter Gropius. In de jaren hierna wordt hij opgemerkt door de Franse surrealisten, die in hem een ‘inwendige schilder’ zien volgens de woorden van Antonin Artaud. Kort voor zijn overlijden trekken zijn werken de aandacht van Roger Dutilleul en Jean Masurel, de initiatiefnemers van de collectie moderne kunst van het LaM.
Net als vele avantgardistische kunstenaars zoekt Klee nieuwe vormen van schilderkunst. Al in 1902, na zijn terugkeer uit Italië, wordt hij zich bewust dat de kunst uit de Oudheid en de Renaissance niet compatibel is met zijn artistieke doelstellingen. Om uit de impasse van de academische regels te komen eniets nieuws te kunnen scheppen, moet hij de ‘oorspronkelijke bron’ identificeren waaruit – volgens de weergaven uit die tijd – elke kunstvorm voortkomt: “Ik zou als een pasgeborene willen zijn, niets weten van Europa, helemaal niets; de schrijvers en de modes niet kennen en bijna primitief zijn” schrijft hij in zijn dagboek.
In een tekst die hij in 1912 opstelde voor een tentoonstelling van Der Blaue Reiter verdedigt hij het “primitieve gestamel van een kunst die we eerder in etnografische musea of thuis, in de kinderkamer zouden aantreffen”. Hij heeft het ook op een welwillende toon over de kunst van “krankzinnigen” die hij “zeer serieus opvat, veel meer dan alle pinacotheken zodra het nu over hernieuwing in de kunst gaat”. Klee verwijst naar vele bronnen om kunst te herdefiniëren als een manier om “te verzamelen wat uit de diepte omhoog borrelt en dit doorgeven”.
et traject van de tentoonstelling licht de vier wegen uit die Klee koos om deze ‘dieptes’ te verkennen: gestichtskunst, kindertekeningen, niet-westerse kunst en prehistorische kunst. Zonder dat elk werk specifiek aan een formele bron wordt gekoppeld, opent de tentoonstelling voor het publiek een breed spectrum aan associaties en laat het tussen de verschillende zalen verbanden leggen en zijn eigen interpretatie vormen. Meerdere periodes worden weergegeven via het prisma van de zoektocht naar de herkomst: de context van Der Blaue Reiter in München, die van Dada in Zürich en het surrealisme in Parijs, de jaren onderwijs aan Bauhaus en uiteindelijk de ontvangst van Klee in de Verenigde Staten in de dertiger jaren.
COMMISSARISSEN
Sébastien Delot, directeur-conservator van het LaM
Fabienne Eggelhöfer, hoofdconservatrice van het Zentrum Paul Klee, Bern
Jeanne-Bathilde Lacourt, conservatrice belast met moderne kunst in het LaM
Kom met de auto
Prendre l'autoroute Paris-Gand (A1/A22/N227)
Sortie 5 ou 6 Flers / Château / Musée d’art moderne
Kom met het openbaar vervoer
Métro ligne 1 - Station Pont de Bois
+ Bus Liane 6, direction Villeneuve d'Ascq Contrescarpe
ou Bus ligne 32, direction Wasquehal Jean-Paul Sartre
Arrêt L.A.M.
Métro ligne 2 - Station Fort de Mons
+ Bus Liane 6, direction Villeneuve d'Ascq Contrescarpe
Arrêt L.A.M.
Métro ligne 2 - Station Jean Jaurès
+ Bus ligne 32, direction Villeneuve d'Ascq Hôtel de Ville
Arrêt L.A.M.
Kom op de fiets
Un parking à vélo vous est proposé à l'entrée du parc du musée
La carte « La MEL à Vélo », édition 2017-2018, vous informe sur les aménagements cyclables, stations V'lille, itinéraires conseillés... Élément indispensable à mettre dans toutes les sacoches, elle réunit l'ensemble des informations dont vous pouvez avez besoin lors de votre trajet en vélo
Kom te voet
L'entrée principale du LaM est située en contrebas du parking P8, à proximité immédiate du rond-point situé au bout de l'allée du Musée
Parkings
Deux parkings publics (non surveillés) sont disponibles pour garer vos véhicules :
- le parking P7 (dit Des moulins, véhicules de + de 1,8 m)
- le parking P8 (hauteur maxi : 1,8 m), à proximité immédiate de l'entrée principale du musée, mais de moindre capacité que le P7
Pour les bus, un dépose-minute est situé sur l'avenue de Canteleu
Geblokkeerde toegang
Les emplacements de parking réservés P.M.R. se situent juste avant le rond-point de l’allée du Musée, face au pavillon d’entrée du LaM
